Het gevoel dat je niets kunt en voor altijd afhankelijk bent van anderen wordt wel het dependency syndrom genoemd. Het Afrikaanse continent wat zo lang beheerst is door anderen, vooral Europese landen die als kolonisator de baas waren. En vervolgens ontstond er een afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, soms met bijbedoelingen, vanuit het ‘rijke’ westen. Deze ervaringen hebben een mentaliteit gecreëerd van lage zelfwaardering en passiviteit. PEP of Umoja wil juist deze mentaliteit veranderen en dat kan alleen als mensen weer in zichzelf gaan geloven en hun eigen situatie zelfstandig verbeteren.

De bijzondere verhalen die we gisteren hebben gehoord kregen vandaag een vervolg. Tegelijk is het niet allemaal een successtory en dat maakt het ook weer een stuk realistischer. Met de mooie verhalen van verandering nog in onze oren lopen we de kerk uit en kom ik in gesprek met een aantal tienermeiden. Na wat algemeenheden over school en toekomstperspectief vraagt een meisje van 16 jaar; ‘do you have money, we need money’. En ineens zijn we weer terug bij de ‘rijke mzungu en de arme afrikaan’. En ik kan het haar niet kwalijk nemen. Je zult maar als 16 jarig meisje een groepje blanke mensen ontmoeten in je dorp die per maand meer verdienen dan zij waarschijnlijk in haar hele leven. Tegelijk besef je, juist voor dit meisje, hoe belangrijk eigenaarschap is ipv afhankelijkheid van geldschieters. Maar ook hoe belangrijk het voor ons is om niet alles met geld op te willen lossen.

Want waar Afrika lijd aan ‘dependency syndrom’ worstelen wij in Nederland met independency. Onze hele samenleving is gericht op onafhankelijk zijn en financieel zelfstandig. Het onderwijs systeem richt zich vooral op het vinden van een goedbetaalde baan in plaats van het ontwikkelen van je talenten. Ook als christenen zien we succes en inkomsten toch als ons persoonlijk resultaat. Daarbij kunnen we zomaar vergeten dat we in afhankelijkheid leven van onze God en dat bezit bedoelt is om de ander te zegenen.

Zowel in Afrika als in Nederland gaat het niet om independency of dependency maar verantwoord omgaan met de recources, middelen die we hebben ontvangen. Voor wie of wat zetten we deze gekregen middelen in?

Desmund Tutu: ‘we zijn geschapen met een ingebakken afhankelijkheid van anderen. En dit blijft, ook als ik groei in onafhankelijkheid’

‘Before PEP we just where sitting and waiting for the government to build schools. Now we build our own one’

Niet alleen op het gebied van educatie maar ook voor welzijn, gezondheid en economie worden ons mooie verhalen en resultaten verteld. In de gemeenschap, een uur rijden vanaf Soroti, waar we vandaag te gast waren horen wij hoe sinds 2007 PEP (Participatory Evaluation Process) de community heeft veranderd. De community bestaat uit zo’n 7000 mensen verspreid over kleine groepjes huizen in een uitgestrekt gebied. Na een warm welkom en uitleg over de geschiedenis van PEP in deze gemeenschap worden een aantal mooie voorbeelden gedeeld.

Dorethy, een vrouw die besmet is met HIV vertelt dat door de bijbelstudies en training heeft geleerd om voor zichzelf te zorgen. Hierdoor is ze van een hopeloos geval veranderd in een zelfbewuste vrouw die trots een fles met honing laat zien van haar bijen. Hiermee verdiend ze haar inkomen maar heeft vooral haar eigenwaarde en hoop terug gekregen.

Amos vertelt met enthousiasme hoe hij heeft geleerd om verder te kijken dan zijn beperkingen, geen inkomen en niet opgeleid, en verbouwd nu watermeloenen, sinaasappels en komkommers. Zijn vrouw, Naomi, is door PEP getraind als verloskundige en heeft vele vrouwen kunnen helpen waar ze eerst zelf de bush in trokken om daarna terug te komen met of zonder kind.

De community heeft zelf besloten om een school te bouwen nadat ze zich realiseerden dat ze voldoende resources hebben en niet afhankelijk moeten zijn van de overheid of fondsen. De overheid was volkomen verrast dat er op eigen initiatief een school was ontstaan met vrijwillige leerkrachten en betalen nu het salaris van opgeleide leerkrachten.

Op de weg terug naar Soroti, enigszins opgevouwen in een 4×4, luisteren we naar de mooie verhalen van Dorcas, een jonge vrouw van in de 20, over tekenen van hoop en Gods aanwezigheid in het leven van mensen. ‘Als God dit kan doen in levens van mensen dan hoef ik me geen zorgen te maken over mijn leven’.

Wakker worden in Kampala is een bijzondere ervaring. In het donker zijn we naar ons hotel gereden en na een nacht onder de klamboe zagen we ‘s ochtends onze omgeving. Pas toen werd duidelijk dat Kampala een miljoenen stad is verspreid over heuvels waar het geluid van auto’s en hun toeters altijd aanwezig is.

Naast het geluid is ook de chaos van het verkeer indrukwekkend. Mede door de strikte president is Oeganda relatief veilig, behalve het verkeer. Volgepakte taxi’s en vrachtwagens met containers rijden bumper aan bumper en daar tussendoor zoeken vele motorfietsen nog een gaatje. Misschien is dat wel de reden dat elke taxi een sticker heeft met een verwijzing naar God, want hulp van boven heb je hier wel nodig in het verkeer. Tussen al dat verkeer door reden wij richting het kantoor van PAG.

De Pentacostal Assembly of God (PAG) is onze gastheer en we werden verwelkomd door Jane (Umoja) en de aartsbisschop Simon-Pieter. Zij vertelden ons over de principe’s van Umoja en hoe dit vorm heeft gekregen in Oeganda maar ook in andere landen in de regio. De PAG heeft diverse projecten, sociale hulp, voedselvoorziening en empowerment. Maar Umoja, of Participation Evaluation Project (PEP) zoals het hier genoemd wordt, is wel de meest belangrijke en ook dragende kracht van andere projecten.

Het fundament van PEP is Christ-centered, transformatie van de community kan alleen als de kerk leeft en verbonden is met de Levende. Het Koninkrijk van God vind zijn oorsprong bij de schepping en kent 3 peilers, volgens de aartsbisschop. Stewardship, ownership and relationship. Essentieel hierbij is dat Umoja of PEP geen methode of project is, het is een proces gebaseerd op een visie. Een levensstijl geborgd in een integraal of holistisch Evangelie.

‘It is a long journey, not a miracle but a proces. And there are many miracle’s in this proces.’

Na een inspirerende ochtend en heerlijke lunch vertrokken we naar Soroti, helaas liep deze reis wat anders. Gelukkig was er geen Nederlands tijdschema want anders waren we uren te laat gekomen. Bijzonder aan deze vertraging was dat we stranden op de stoep van wat later een kerk bleek te zijn. De diaken die we hebben ontmoet nam ons mee naar het kerk kantoor. Hier hing een portret van de president en de koning van hun stam. Met een ondeugende grijns vertelde de diaken dat deze portretten in het kantoor hingen en bewust niet in de kerk, daar was iemand anders Koning.

Onderweg naar Oeganda, tijdens een dagvlucht van zo’n 10 uur, is er alle tijd om na te denken over Afrika. En al lezend in het uitstekende boek ‘de staat van Afrika’ van Richard Dowden realiseer ik me hoe onwetend ik ben en vooral beïnvloed door westers denken.

Afrika, het continent wat niet zelden in het nieuws komt door armoede, hongersnood, oorlogen en ziekten als aids en ebola. Of doordat Rwanda sponsor wordt van de Engelse voetbalclub Arsenal voor een zelfde bedrag als wat de Nederlandse regering als ontwikkelingshulp geeft aan Rwanda. Kortom, een continent wat onbegrijpelijke ellende kent en de oorzaak van deze ellende, volgens westerse opvattingen, niet zelfstandig kan oplossen en ook aan zichzelf heeft te danken.

Maar dit continent, bestaande uit meer dan 2000 talen en culturen en zo’n 50 verschillende landen, valt niet zo makkelijk in een westers frame te vangen. En zelfs voor deskundigen die vele jaren in Afrika hebben gewoond blijft het een verrassing of misschien meer een mysterie.

En zo vlieg ik op grote hoogte over zandvlakten, de Sahara, zie ik de groene vlakten halverwege Sudan, kijk ik naar Lake Victoria en ben onderweg naar Oeganda. Dit beeld van Afrika op grote hoogte doet net zo min recht aan de veelzijdigheid van dit continent als mijn westerse blik die gevoed is door media en ontwikkelingshulp.

Ik zie uit naar de ontmoeting met mijn broeders en zusters en ik hoop dat ik hen mag zien zoals zij zichzelf zien.

Op 11 juni vertrekt een groep voorgangers uit kerken en organisaties naar Oeganda voor een ‘Learning en Blessings trip’. De kennismaking met de groep was zeer plezierig. Het idee van Umoja om ‘samen’ te leren en onderweg te gaan kreeg gelijk vorm tijdens de eerste ontmoeting. We waren te gast bij de Spil in Maarssen waar we samen hebben gegeten, informatie kregen en stil werden voor God tijdens een Taizé viering.

Op de site van Tear wordt meer informatie gegeven over Umoja en de reis naar Oeganda.

“It started as a process, now it’s our life” dat was de reactie van iemand uit Oeganda die betrokken is bij Umoja. Tear en St. Present hebben samen het initiatief genomen om kerken in Nederland te ondersteunen bij het dragen van verantwoordelijkheid voor de omgeving. Want Umoja (samen) is een werkwoord waarmee de kerk van betekenis kan zijn voor de omgeving.

Tear werkt samen met lokale partners in oa Oeganda aan het verbeteren van de omstandigheden op een duurzame manier. Dat betekent dat lokale kerken hun visie delen met de gemeenschap om samen de problemen in die gemeenschap aan te pakken. Samenwerken aan verbetering vraagt om ‘eigenaarschap’ en daarom faciliteert Tear het proces van Church en Community Mobilisation (CCMP) met als doel dat gemeenschappen zelf in actie komen om de kwaliteit van hun leven te verbeteren.

In Nederland wil St. Present een beweging op gang brengen waarin het vanzelfsprekend is om naar elkaar om te zien. Ook hier is ‘samen’ het werkwoord en daarin hebben Tear en St. Present elkaar gevonden bij de oprichting van Umoja Nederland. De ervaringen en visie uit Oeganda wil Umoja Nl beschikbaar stellen voor Nederland en daarom organiseert Tear een ‘learning en blessing trip’ waarin voorgangers (uit kerken en organisaties) gaan leren van Umoja.

Namens het bestuur van St. Present Nederland mag ik mee met deze bijzondere reis naar Oeganda.