Besides all information and knowledge exchange, I will write about this later, it was very special to meet each other as brothers and sisters. Completely different cultures, languages, backgrounds and traditions but with the same desire; ‘God and young people’. And again I was impressed by the ‘service in collaboration’, the way in which fellow youthleaders visit each other and serve the ministry of the other.

Networking or Collaborating

During such an international conference you take some distance from your own situation, your own country and culture. This sometimes gives very clear insights into ‘the way we do things around here’, as a nice description of culture. Especially if you can compare that with other cultures and when other cultures reflect on typical Dutch behavior. A well-known phenomenon is the ‘immediacy’ of Dutch people who are often perceived as clumsy or inappropriate in other cultures. But over the past few days I have heard three times an experience of individuals about ‘cooperation’ with Dutch people. And the conclusion was that it was pretty difficult. As a Dutch we are usually good at networking so it surprised me a lot. But when I heard the experiences, I understood it better. Because in various situations it appeared that the interests, the added value for the Dutch were decisive for the cooperation. Usually focused on realizing added value for their own agendas or plans or ‘selling’ their own method, vision. The goal was known and the networking was determined by realizing that goal. But working together is deeply believing that you have been given to each other to achieve a common goal. And these signals prompted me to ask ourselves if we would not deprive ourselves of the opportunity to see what God wants to do through the other? Do we ‘calculate’ too much in our networks and therefore sometimes forget to really work together?

Latvia and Northern Ireland

Therefore, a number of examples that I have heard or experienced these days. And it starts with the question ‘What do Latvia and Northern Ireland have in common?’ As far as I know not very much, and yet a special collaboration has started in an incomprehensible way. A youth worker in Latvia who did not know how he could be of significance to the youth in his country found a book in an office where he happened to be, triggered by the title. In an inexplicable way he opens the book on page 3, read here the name of the leader of a youth organization in Northern Ireland from which he has looked up the contact details. And so an email arrived in Northern Ireland where the question from Latvia was a confirmation for this organization. And so there was a nice cooperation that is now of great significance for young people in Latvia. For me a special lesson that God can have a plan that is not consistent with our calculations or logical collaborations.

Daniel

During one of the Bible studies we have considered Daniel and the way he lived at the Baylonic court. Daniel was willing to enter into relations with his enemies, the people who had taken him away from his own country. And he talks about the rules for eating and drinking and, together with those in charge, looks for a solution. And when Daniel went to the king to explain the dream and its meaning, he first went to his friends. For Daniel knew that he needed others, that his friends should pray for him. That raises the question for me whether we dare to be dependent on others and ask our friends to pray for us and accept that they also ask questions or provide feedback.

Hongarian Romanian

At the conclusion of the conference we celebrated Holy Supper together, Holy Communion as celebrating the community of saints. This was led by a pastor from Romania who studied in Kampen and was a minister at a Reformed Hungarian church. He did this together with a Baptist pastor from Romania. A meaningful experience because in this moment so many gaps were bridged. Those who know history a little bit know how complicated the relationship is between Romania and Hungary. And the traditional Hungarian church has a very different tradition than the Baptists. And I was very impressed with how this friend, we met before in the Netherlands, with respect for his own tradition, used new forms that had meaning. This was also an example of how the gap between generations or traditions can be bridged. After celebrating Lord’s Supper we all got a stone with our name on it. He collected them, together with his wife, at the beach in Spain. This stone with our name was a sign that we are part of God’s temple. Small and insignificant in itself but necessary as a stone to build His temple together.

Bouwen aan: Multiculti of Koninkrijk.

Afgelopen week was ik te gast bij Semper Fidelis, de christelijke studentenvereniging in Gouda. Naast de leuke ervaring om kennis te maken met het studentikoze sfeertje was ik ook aangenaam verrast door het thema. Aansluitend bij het jaarthema ‘bouwen aan….’ wilden de studenten nadenken over hun rol en verantwoordelijkheid in de multiculturele samenleving; hoe kunnen we bouwen aan een multiculturele samenleving?
Een spannend onderwerp waarbij ook nog eens de ouders waren uitgenodigd voor de zogenaamde ‘kijkdoos’ avond. En zo zat LuMina vol met reformatorische studenten en hun ouders die in Gouda kwamen kijken wat hun nazaten uitspookten en mocht ik als ‘lector’ (zo heet dat dan) mijn perspectieven delen. Hierbij heb ik gekozen voor een persoonlijk verhaal en niet voor een uiteenzetting van politieke standpunten.

Migratie

Vluchtelingen zijn er altijd geweest, dat is niet nieuw voor Nederland of Gouda. Vanaf 1580 zochten mensen een goed heenkomen in de Noordelijke Nederlanden op de vlucht voor de Spaanse inquisitie. Gevolgd door Joden en Hugenoten die hun leven niet zeker waren vanwege hun geloof. Maar ook oorlogen waren redenen voor migratie. Duitsers en inwoners van Scandinavië tijdens de Dertigjarige oorlog. En zo’n miljoen Belgen kregen onderdak bij de 6 miljoen Nederlanders tijdens de Eerste Wereldoorlog. De economie is echter verantwoordelijk geweest voor een structurele stroom van vluchtelingen, vanzelfsprekend voor een land dat in 1780 het rijkste land ter wereld was.
De term ‘illegalen’ werd echter voor het eerst gebruikt voor de joden die vanaf 1938 moesten vluchten voor het Nazisme. Deze ‘ongewenste vreemdelingen’ werden opgevangen in kamp Westerbork en later zou de Nederlandse politie verantwoordelijk zijn voor het opsporen en ophalen van joden zodat ze afgevoerd konden worden naar de vernietigingskampen.

Multicultureel

Vanaf de jaren 50 en 60 werd er actief geworven onder ‘ontheemden’ in Oost-Europa, in Turkije en Marokko omdat we een nijpend tekort hadden aan arbeidskrachten. Het idee dat deze gastarbeiders ‘na een paar jaar weer terug zouden keren’ werd ingehaald door de administratieve last. Zo werden de tijdelijke werkvergunningen permanent gemaakt onder druk van de Nederlandse werkgevers. Dit wil echter niet zeggen dat er beleid was voor een effectieve integratie. Al snel bleek dat de Nederlandse overheid in de jaren 80 klem zat tussen de noodzaak van gastarbeiders en het gebrek aan budget voor integratie. Dit wordt politiek opgelost door de term ‘multiculturele samenleving’ als het ideaal waarin bevolkingsgroepen en culturen naast elkaar konden samenleven. Ondertussen weten we dat het cultuurrelativisme misplaatst is en ons voor forse samenlevingsvraagstukken stelt.

Cijfers

Deze uitdagingen worden zichtbaar uit de cijfers over migranten in 2017. Zo’n 77% inwoners heeft een Nederlandse achtergrond, 10% heeft een westerse achtergrond en 13% en niet-westerse achtergrond. De groei van migranten met een niet-westerse achtergrond wordt zichtbaar in onderstaand figuur:

Bouwen aan: Multiculti of Koninkrijk.

Afgelopen week was ik te gast bij Semper Fidelis, de christelijke studentenvereniging in Gouda. Naast de leuke ervaring om kennis te maken met het studentikoze sfeertje was ik ook aangenaam verrast door het thema. Aansluitend bij het jaarthema ‘bouwen aan….’ wilden de studenten nadenken over hun rol en verantwoordelijkheid in de multiculturele samenleving; hoe kunnen we bouwen aan een multiculturele samenleving?

Een spannend onderwerp waarbij ook nog eens de ouders waren uitgenodigd voor de zogenaamde ‘kijkdoos’ avond. En zo zat LuMina vol met reformatorische studenten en hun ouders die in Gouda kwamen kijken wat hun nazaten uitspookten en mocht ik als ‘lector’ (zo heet dat dan) mijn perspectieven delen. Hierbij heb ik gekozen voor een persoonlijk verhaal en niet voor een uiteenzetting van politieke standpunten.

Migratie

Vluchtelingen zijn er altijd geweest, dat is niet nieuw voor Nederland of Gouda. Vanaf 1580 zochten mensen een goed heenkomen in de Noordelijke Nederlanden op de vlucht voor de Spaanse inquisitie. Gevolgd door Joden en Hugenoten die hun leven niet zeker waren vanwege hun geloof. Maar ook oorlogen waren redenen voor migratie. Duitsers en inwoners van Scandinavië tijdens de Dertigjarige oorlog. En zo’n miljoen Belgen kregen onderdak bij de 6 miljoen Nederlanders tijdens de Eerste Wereldoorlog. De economie is echter verantwoordelijk geweest voor een structurele stroom van vluchtelingen, vanzelfsprekend voor een land dat in 1780 het rijkste land ter wereld was.

De term ‘illegalen’ werd echter voor het eerst gebruikt voor de joden die vanaf 1938 moesten vluchten voor het Nazisme. Deze ‘ongewenste vreemdelingen’ werden opgevangen in kamp Westerbork en later zou de Nederlandse politie verantwoordelijk zijn voor het opsporen en ophalen van joden zodat ze afgevoerd konden worden naar de vernietigingskampen.

Multicultureel

Vanaf de jaren 50 en 60 werd er actief geworven onder ‘ontheemden’ in Oost-Europa, in Turkije en Marokko omdat we een nijpend tekort hadden aan arbeidskrachten. Het idee dat deze gastarbeiders ‘na een paar jaar weer terug zouden keren’ werd ingehaald door de administratieve last. Zo werden de tijdelijke werkvergunningen permanent gemaakt onder druk van de Nederlandse werkgevers. Dit wil echter niet zeggen dat er beleid was voor een effectieve integratie. Al snel bleek dat de Nederlandse overheid in de jaren 80 klem zat tussen de noodzaak van gastarbeiders en het gebrek aan budget voor integratie. Dit wordt politiek opgelost door de term ‘multiculturele samenleving’ als het ideaal waarin bevolkingsgroepen en culturen naast elkaar konden samenleven. Ondertussen weten we dat het cultuurrelativisme misplaatst is en ons voor forse samenlevingsvraagstukken stelt.

Cijfers

Deze uitdagingen worden zichtbaar uit de cijfers over migranten in 2017. Zo’n 77% inwoners heeft een Nederlandse achtergrond, 10% heeft een westerse achtergrond en 13% en niet-westerse achtergrond. De groei van migranten met een niet-westerse achtergrond wordt zichtbaar in onderstaand figuur:

Inzoomend op de Goudse situatie ontdekken we dat er een grote Marokkaanse gemeenschap is, zo’n 10% van de Gouwenaren naast 6% overig niet westerse migranten en 9% met een westerse achtergrond. Als je dit afzet tegen de wijken van Gouda zie je dat er vooral in Goverwelle (Oost) en Korte-Akkeren een grote Marokkaanse gemeenschap is.

Wonen: het is oneerlijk

De reactie op migratie, vluchtelingen of multiculturele groepen richt zich  vaak op drie thema’s; wonen, inkomen en veiligheid.

Wat betreft wonen is de slaagkans voor starters uit Gouda op een sociale huurwoning maar 16%, voor doorstromers is dat 14%. Dat is een forse uitdaging voor iedereen die graag een eigen plekkie wil. Maar ook in Gouda krijgen statushouders een urgentie verklaring waardoor het gevoel van oneerlijkheid al snel kan ontstaan als je opnieuw achter het net vist voor een woning in je eigen stad Gouda.

Inkomen: tekort gedaan

Onlangs was er weer een tendentieuze kop te lezen ‘aantal statushouders met uitkering moet dalen’. Tegelijk is dit wel een gevoel wat veel herkenning oproept. En gelet op de cijfers ligt er ook echt een vraagstuk aangezien 2,5 jaar na het verkrijgen van een verblijfsstatus nog steeds 84% een uitkering krijgt, ook al zit er een groot verschil tussen de verschillende groepen statushouders. Er is veel weerstand tegen statushouders die een uitkering krijgen, opvallend meer dan tegen andere uitkeringsgerechtigden. Vaak wordt dit gevoed door het idee dat mensen tekort worden gedaan, dat het veel geld kost en ten koste gaat van het eigen inkomen. De gevoel, gebaseerd op wantrouwen, is dat mensen niet krijgen waar ze recht op hebben, dat ze tekort gedaan worden.

Veiligheid: Wij moeten ons beschermen

Het derde thema wat vaak genoemd wordt bij statushouders en migranten is de veiligheid. En in de beeldvorming is vanaf 1990 de Islam hierbij een belangrijke rol gaan spelen. Als het gaat over de aanwezigheid van migranten in misdaad cijfers is het niet onlogisch dat er een relatie gelegd wordt met statushouders en vooral Marokkaanse jongeren. Wel zien we een afname bij alle groepen qua geregistreerde verdachten van misdrijven tussen 2005 en 2015

 

Onze reactie

Op basis van de cijfers rondom wonen, inkomen en veiligheid zie je vaak een begrijpelijke en herkenbare reactie. Deze reacties zijn trouwens van alle tijden en worden vaak gevoed door menselijke emoties, angsten of behoeften. Laten we eens kijken naar drie Bijbelverhalen waarin vergelijkbare reacties zichtbaar zijn.

Eva: tekort gedaan

Gelijk aan het begin van de mensheid is het al raak. Eva voelt zich tekort gedaan, er ontstaat wantrouwen en het idee dat ze niet heeft gekregen waar ze recht op heeft. Het onvermogen om te leven in afhankelijkheid van God levert niet alleen verwijdering op van je Maker maar uiteindelijk ook van je eigen identiteit. Want ineens wordt je ‘waarde’ niet bepaald door je mens-zijn maar door wat je presteert, door je werk en uiteindelijk bepaalt je inkomen je geluk.

Kaïn: Het is oneerlijk

Het idee dat de ander wordt voorgetrokken, dat het oneerlijk is en dat de ander daar de schuld van is zien we al bij Kaïn en Abel. Beiden brengen een offer maar God heeft alleen aandacht voor het offer van Abel. En in plaats dat Kaïn bij zichzelf te rade gaat hoe het komt projecteert hij zijn jaloezie op Abel; ‘het is zijn schuld’. En niet veel later vloeit het bloed over de aarde en is de eerste moord een feit.

Babel: Wij moeten ons beschermen

In een wereld waarin onze identiteit ligt in prestaties, waar de ander ons in de weg staat en het leven niet meer heilig is slaat de angst toe. Waar ben ik veilig, hoe kan ik mijzelf beschermen? En zo ontstaat het plan om een stad te bouwen, zodat je veilig bent achter de muren, en een toren als machtsvertoon. Wat een dwaasheid om te proberen het egoïsme, de afgunst en de angst buiten de muur te houden. Alsof een toren, als teken van macht, bijdraagt aan saamhorigheid en onderlinge relaties.

 

Een ander perspectief

Of het nu 6000 jaar voor onze jaartelling is of 2000 jaar erna, de menselijke reacties zijn vergelijkbaar. En elke keer ontdekken we dat het ons niet dichter bij een oplossing brengt. Dat die menselijke reacties, hoe begrijpelijk ook, niet helpen. Wat dan wel? Is er een ander perspectief?

Allereerst wil ik expliciet benadrukken dat het de taak van overheden is om te zoeken naar oplossingen. Als Raadslid geef ik hier ook mijn beste krachten aan maar met deze bijdrage kies ik voor een ander perspectief. Ik geloof dat Jezus Koning is en dat zijn leefregels goed zijn, ook voor de concrete vragen van het dagelijks leven. Misschien maakt mij dat een idealist, een dromer. Misschien vinden sommigen mij een luchtfietser of naïef. Maar ik kan niet anders dan geloven in een betere wereld, een wereld waar andere patronen gelden, waar wij als mensen anders met elkaar omgaan.

Tekort gedaan of leven in afhankelijkheid

In Mattheüs 20: 1-16 vertelt Jezus een verhaal over een wijnbouwer die op zoek is naar werknemers. Hij gaat verschillende keren op pad en neemt arbeiders aan voor zijn wijngaard. Aan het eind van de dag betaald hij alle arbeiders uit en begint bij de laatsten. Deze hadden maar 1 uurtje gewerkt maar kregen toch een volledig dagloon. De andere arbeiders die het zagen verheugden zich al op wat zij wel niet zouden verdienen. Maar helaas, iedereen kreeg het afgesproken bedrag voor 1 dag werken. Je kunt je voorstellen dat een aantal arbeiders ontevreden waren en op hoge poten hun gram gingen halen. Maar de wijnbouwer zei: Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig. Dit hebben we afgesproken en dat geef ik je ook. Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil?

Misschien denken wij als mensen wel veel te vaak dat we tekort worden gedaan, terwijl we gewoon krijgen wat ons toekomt. Als we nou eens wat meer in afhankelijkheid gingen leven. Dankbaar zijn voor al het goede wat wij ontvangen in plaats van kijken naar de ander of het wel ‘eerlijk’ is.

Het is oneerlijk of gericht op de ander

Een ander verhaal wat Jezus vertelt staat in Lukas 15: 11-32. Het gaat over een vader die twee zonen heeft. De jongste is het boerenleven zat en gaat op reis met de helft van de erfenis, terwijl zijn vader nog gewoon leefde. En als het geld op is vindt deze avonturier zichzelf terug tussen de varkens met een lege maag. Hij komt tot inkeer en gaat terug naar zijn vader. Deze is geweldig blij en organiseert een groot feest. De oudste zoon die gewoon hard aan het werk is geweest hoort de muziek en vraagt wat er aan de hand is. Wanneer hij hoort wat de reden is weigert hij het feest mee te vieren en beklaagd zich bij vader. ‘Ik ben altijd gehoorzaam geweest, heb hard gewerkt en ik kreeg niet eens een feestje. En nu organiseert u een mega-feest voor die lapzwans’. Het is oneerlijk. Maar die oudste zoon heeft zelf vergeten om te genieten van alles wat de vader hem wil geven. Hij was zo druk met zichzelf dat hij weigert om blij te zijn dat zijn broer weer levend thuis is gekomen.

Hoe anders kan het zijn als we leren om gericht te zijn op het welzijn van de ander. Hoe waardevol is het als we niet volledig in beslag worden genomen met zelfmedelijden en niet meer bang hoeven te zijn dat we oneerlijk behandeld worden.

Beschermen of liefhebben

In de brief aan de gemeente van Korinthe schrijft Paulus ‘daarom verzaken wij onze plicht niet. Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijk bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd.’ Vervolgens roept Paulus ons op om ons te richten op de onzichtbare dingen die eeuwig zijn en niet op de zichtbare dingen die tijdelijk zijn. En Johannes schrijft ‘De liefde laat geen ruimte voor angst, volmaakte liefde sluit angst uit’. Beide apostelen geven hiermee invulling aan de opdracht van Jezus zelf ‘Heb je naaste lief als jezelf’.

We kunnen ons leven lang druk zijn met beveiligen en beschermen, muren bouwen en grenzen trekken maar de angst, de onveiligheid zal altijd in ons hoofd blijven zitten. Liefhebben heeft een ander effect op de ander maar ook op jezelf. Angst voor wat er kan gebeuren wordt ingeruild voor gastvrijheid en welkom heten. Liefde verdrijft de angst en geeft verbinding.

Hoe was het? Op deze vraag heb ik de afgelopen weken geprobeerd een antwoord te geven maar telkens liep ik toch wat vast. Leg maar eens uit hoe het ruikt, probeer maar eens alle gesprekken en indrukken samen te vatten en antwoord te geven op wat je zelf nog niet echt verwerkt hebt. ‘Een unieke ervaring en mooie spiegels voor Nederland’ was daarom vaak mijn antwoord. Toch probeer ik nu wat meer woorden te vinden en jullie mee te nemen, op reis naar Uganda.

Van 11 – 19 juni is een groep voorgangers uit kerken en organisaties op reis geweest naar Uganda. Het doel van deze ‘learning and blessing trip’ was om principes van het Umoja programma te ontdekken en daarvan te leren voor de Nederlandse situatie. Umoja Nederland, als initiatief van Tear en Present is vorig jaar gestart en wil kerken met een praktisch programma handvatten geven om zich te verbinden aan het dagelijks leven van mensen in de buurt. En zo vertrokken Herman Bouma (Programmaleider Umoja Nederland) en ik (bestuurslid Present Nederland) met 10 anderen naar Uganda.

‘Een unieke ervaring’ was het zeker. Een totaal andere cultuur, de hartelijkheid van de Ugandezen, de mooie verhalen over hoe God werkt in het leven van mensen die geen hoop meer hadden maar ook de chaos, slechte wegen en het stof van de rode aarde. Maar wat met name relevant is zijn de lessen, de spiegels die wij mee mochten nemen naar Nederland.

Community

‘We zijn geschapen met een ingebakken afhankelijkheid van anderen. En dit blijft, ook als ik groei in onafhankelijkheid’. Dit citaat van Desmond Tutu is een mooie beschrijving van hoe in Uganda geleefd en gedacht wordt . Maar ook hoe we soms in Nederland erg ons best doen om dit te ontkennen. Tijdens het gesprek met Stephen, die van drop-out door het Umoja proces ontwikkeld is tot een welvarende sinaasappel kweker, bleek de kracht van een community. Op onze vraag hoe hij omging met zijn ‘rijkdom’ en hoe zijn dorpsbewoners dit ervaren was zijn antwoord even duidelijk als confronterend; ‘ik heb dit gekregen van God om anderen te zegenen. En ik kan alleen ontwikkelen samen met mijn gemeenschap, anders ontstaan er kloven.’ Succes is voor hem, en vele anderen die door Umoja weer eigenwaarde hebben gekregen, geen individueel resultaat maar een vrucht van en aan de gemeenschap.

Joy

Feest vieren en blij zijn doe je altijd met anderen, met je community. Misschien is dat ook wel de reden dat Ugandezen zo blij en vol vreugde zijn. Maar de community is niet het enige geheim van de joy die we in Uganda hebben ervaren. Als je levensbehoeften niet vanzelfsprekend zijn en je meer in afhankelijkheid leeft zul je meer dankbaar zijn. De Nederlandse samenleving is veelal gericht op onafhankelijkheid en financiële zelfstandigheid. Het onderwijs systeem richt zich vooral op het vinden van een goedbetaalde baan in plaats van talentontwikkeling. Onze prestatie maatschappij en het zelf realiseren van je geluk, wat teleurstellend kan zijn, staat onze dankbaarheid vaak in de weg. Maar juist dankbaarheid voor wat je in afhankelijkheid ontvangt geeft vreugde. Tegelijk denk ik dat het ook een keus is, een keus om te vieren en vreugde te ervaren in plaats van te somberen over dat wat er niet is. Voor mij een pittige spiegel om in ons welvarend Nederland te ‘genieten van genoeg’ en daar vreugde in te vinden.

Dit was een bijdrage voor de nieuwsbrief van Present Nederland. Daarnaast gaan we vanuit Umoja ook nadenken hoe op lokaal niveau we elkaar kunnen versterken vanuit dezelfde beweging dat steeds meer mensen naar elkaar om gaan zien.

Het gevoel dat je niets kunt en voor altijd afhankelijk bent van anderen wordt wel het dependency syndrom genoemd. Het Afrikaanse continent wat zo lang beheerst is door anderen, vooral Europese landen die als kolonisator de baas waren. En vervolgens ontstond er een afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, soms met bijbedoelingen, vanuit het ‘rijke’ westen. Deze ervaringen hebben een mentaliteit gecreëerd van lage zelfwaardering en passiviteit. PEP of Umoja wil juist deze mentaliteit veranderen en dat kan alleen als mensen weer in zichzelf gaan geloven en hun eigen situatie zelfstandig verbeteren.

De bijzondere verhalen die we gisteren hebben gehoord kregen vandaag een vervolg. Tegelijk is het niet allemaal een successtory en dat maakt het ook weer een stuk realistischer. Met de mooie verhalen van verandering nog in onze oren lopen we de kerk uit en kom ik in gesprek met een aantal tienermeiden. Na wat algemeenheden over school en toekomstperspectief vraagt een meisje van 16 jaar; ‘do you have money, we need money’. En ineens zijn we weer terug bij de ‘rijke mzungu en de arme afrikaan’. En ik kan het haar niet kwalijk nemen. Je zult maar als 16 jarig meisje een groepje blanke mensen ontmoeten in je dorp die per maand meer verdienen dan zij waarschijnlijk in haar hele leven. Tegelijk besef je, juist voor dit meisje, hoe belangrijk eigenaarschap is ipv afhankelijkheid van geldschieters. Maar ook hoe belangrijk het voor ons is om niet alles met geld op te willen lossen.

Want waar Afrika lijd aan ‘dependency syndrom’ worstelen wij in Nederland met independency. Onze hele samenleving is gericht op onafhankelijk zijn en financieel zelfstandig. Het onderwijs systeem richt zich vooral op het vinden van een goedbetaalde baan in plaats van het ontwikkelen van je talenten. Ook als christenen zien we succes en inkomsten toch als ons persoonlijk resultaat. Daarbij kunnen we zomaar vergeten dat we in afhankelijkheid leven van onze God en dat bezit bedoelt is om de ander te zegenen.

Zowel in Afrika als in Nederland gaat het niet om independency of dependency maar verantwoord omgaan met de recources, middelen die we hebben ontvangen. Voor wie of wat zetten we deze gekregen middelen in?

Desmund Tutu: ‘we zijn geschapen met een ingebakken afhankelijkheid van anderen. En dit blijft, ook als ik groei in onafhankelijkheid’

‘Before PEP we just where sitting and waiting for the government to build schools. Now we build our own one’

Niet alleen op het gebied van educatie maar ook voor welzijn, gezondheid en economie worden ons mooie verhalen en resultaten verteld. In de gemeenschap, een uur rijden vanaf Soroti, waar we vandaag te gast waren horen wij hoe sinds 2007 PEP (Participatory Evaluation Process) de community heeft veranderd. De community bestaat uit zo’n 7000 mensen verspreid over kleine groepjes huizen in een uitgestrekt gebied. Na een warm welkom en uitleg over de geschiedenis van PEP in deze gemeenschap worden een aantal mooie voorbeelden gedeeld.

Dorethy, een vrouw die besmet is met HIV vertelt dat door de bijbelstudies en training heeft geleerd om voor zichzelf te zorgen. Hierdoor is ze van een hopeloos geval veranderd in een zelfbewuste vrouw die trots een fles met honing laat zien van haar bijen. Hiermee verdiend ze haar inkomen maar heeft vooral haar eigenwaarde en hoop terug gekregen.

Amos vertelt met enthousiasme hoe hij heeft geleerd om verder te kijken dan zijn beperkingen, geen inkomen en niet opgeleid, en verbouwd nu watermeloenen, sinaasappels en komkommers. Zijn vrouw, Naomi, is door PEP getraind als verloskundige en heeft vele vrouwen kunnen helpen waar ze eerst zelf de bush in trokken om daarna terug te komen met of zonder kind.

De community heeft zelf besloten om een school te bouwen nadat ze zich realiseerden dat ze voldoende resources hebben en niet afhankelijk moeten zijn van de overheid of fondsen. De overheid was volkomen verrast dat er op eigen initiatief een school was ontstaan met vrijwillige leerkrachten en betalen nu het salaris van opgeleide leerkrachten.

Op de weg terug naar Soroti, enigszins opgevouwen in een 4×4, luisteren we naar de mooie verhalen van Dorcas, een jonge vrouw van in de 20, over tekenen van hoop en Gods aanwezigheid in het leven van mensen. ‘Als God dit kan doen in levens van mensen dan hoef ik me geen zorgen te maken over mijn leven’.

Wakker worden in Kampala is een bijzondere ervaring. In het donker zijn we naar ons hotel gereden en na een nacht onder de klamboe zagen we ‘s ochtends onze omgeving. Pas toen werd duidelijk dat Kampala een miljoenen stad is verspreid over heuvels waar het geluid van auto’s en hun toeters altijd aanwezig is.

Naast het geluid is ook de chaos van het verkeer indrukwekkend. Mede door de strikte president is Oeganda relatief veilig, behalve het verkeer. Volgepakte taxi’s en vrachtwagens met containers rijden bumper aan bumper en daar tussendoor zoeken vele motorfietsen nog een gaatje. Misschien is dat wel de reden dat elke taxi een sticker heeft met een verwijzing naar God, want hulp van boven heb je hier wel nodig in het verkeer. Tussen al dat verkeer door reden wij richting het kantoor van PAG.

De Pentacostal Assembly of God (PAG) is onze gastheer en we werden verwelkomd door Jane (Umoja) en de aartsbisschop Simon-Pieter. Zij vertelden ons over de principe’s van Umoja en hoe dit vorm heeft gekregen in Oeganda maar ook in andere landen in de regio. De PAG heeft diverse projecten, sociale hulp, voedselvoorziening en empowerment. Maar Umoja, of Participation Evaluation Project (PEP) zoals het hier genoemd wordt, is wel de meest belangrijke en ook dragende kracht van andere projecten.

Het fundament van PEP is Christ-centered, transformatie van de community kan alleen als de kerk leeft en verbonden is met de Levende. Het Koninkrijk van God vind zijn oorsprong bij de schepping en kent 3 peilers, volgens de aartsbisschop. Stewardship, ownership and relationship. Essentieel hierbij is dat Umoja of PEP geen methode of project is, het is een proces gebaseerd op een visie. Een levensstijl geborgd in een integraal of holistisch Evangelie.

‘It is a long journey, not a miracle but a proces. And there are many miracle’s in this proces.’

Na een inspirerende ochtend en heerlijke lunch vertrokken we naar Soroti, helaas liep deze reis wat anders. Gelukkig was er geen Nederlands tijdschema want anders waren we uren te laat gekomen. Bijzonder aan deze vertraging was dat we stranden op de stoep van wat later een kerk bleek te zijn. De diaken die we hebben ontmoet nam ons mee naar het kerk kantoor. Hier hing een portret van de president en de koning van hun stam. Met een ondeugende grijns vertelde de diaken dat deze portretten in het kantoor hingen en bewust niet in de kerk, daar was iemand anders Koning.

Onderweg naar Oeganda, tijdens een dagvlucht van zo’n 10 uur, is er alle tijd om na te denken over Afrika. En al lezend in het uitstekende boek ‘de staat van Afrika’ van Richard Dowden realiseer ik me hoe onwetend ik ben en vooral beïnvloed door westers denken.

Afrika, het continent wat niet zelden in het nieuws komt door armoede, hongersnood, oorlogen en ziekten als aids en ebola. Of doordat Rwanda sponsor wordt van de Engelse voetbalclub Arsenal voor een zelfde bedrag als wat de Nederlandse regering als ontwikkelingshulp geeft aan Rwanda. Kortom, een continent wat onbegrijpelijke ellende kent en de oorzaak van deze ellende, volgens westerse opvattingen, niet zelfstandig kan oplossen en ook aan zichzelf heeft te danken.

Maar dit continent, bestaande uit meer dan 2000 talen en culturen en zo’n 50 verschillende landen, valt niet zo makkelijk in een westers frame te vangen. En zelfs voor deskundigen die vele jaren in Afrika hebben gewoond blijft het een verrassing of misschien meer een mysterie.

En zo vlieg ik op grote hoogte over zandvlakten, de Sahara, zie ik de groene vlakten halverwege Sudan, kijk ik naar Lake Victoria en ben onderweg naar Oeganda. Dit beeld van Afrika op grote hoogte doet net zo min recht aan de veelzijdigheid van dit continent als mijn westerse blik die gevoed is door media en ontwikkelingshulp.

Ik zie uit naar de ontmoeting met mijn broeders en zusters en ik hoop dat ik hen mag zien zoals zij zichzelf zien.

Op 11 juni vertrekt een groep voorgangers uit kerken en organisaties naar Oeganda voor een ‘Learning en Blessings trip’. De kennismaking met de groep was zeer plezierig. Het idee van Umoja om ‘samen’ te leren en onderweg te gaan kreeg gelijk vorm tijdens de eerste ontmoeting. We waren te gast bij de Spil in Maarssen waar we samen hebben gegeten, informatie kregen en stil werden voor God tijdens een Taizé viering.

Op de site van Tear wordt meer informatie gegeven over Umoja en de reis naar Oeganda.

“It started as a process, now it’s our life” dat was de reactie van iemand uit Oeganda die betrokken is bij Umoja. Tear en St. Present hebben samen het initiatief genomen om kerken in Nederland te ondersteunen bij het dragen van verantwoordelijkheid voor de omgeving. Want Umoja (samen) is een werkwoord waarmee de kerk van betekenis kan zijn voor de omgeving.

Tear werkt samen met lokale partners in oa Oeganda aan het verbeteren van de omstandigheden op een duurzame manier. Dat betekent dat lokale kerken hun visie delen met de gemeenschap om samen de problemen in die gemeenschap aan te pakken. Samenwerken aan verbetering vraagt om ‘eigenaarschap’ en daarom faciliteert Tear het proces van Church en Community Mobilisation (CCMP) met als doel dat gemeenschappen zelf in actie komen om de kwaliteit van hun leven te verbeteren.

In Nederland wil St. Present een beweging op gang brengen waarin het vanzelfsprekend is om naar elkaar om te zien. Ook hier is ‘samen’ het werkwoord en daarin hebben Tear en St. Present elkaar gevonden bij de oprichting van Umoja Nederland. De ervaringen en visie uit Oeganda wil Umoja Nl beschikbaar stellen voor Nederland en daarom organiseert Tear een ‘learning en blessing trip’ waarin voorgangers (uit kerken en organisaties) gaan leren van Umoja.

Namens het bestuur van St. Present Nederland mag ik mee met deze bijzondere reis naar Oeganda.